Alles wat je wilt weten over saldering van zonnepanelen

Wek je met je zonnepanelen meer stroom op dan je verbruikt, dan mag je met de extra opbrengst het verbruik wegstrepen. Deze zogenaamde salderingsregeling geldt nog tot 2023. Hoe werkt de regeling precies en wat gaat er daarna veranderen? Op een stralende zomerse dag heb je extra veel plezier van je zonnepanelen. Vaak brengen ze zelfs meer groene stroom op dan je verbruikt. Dat is voor jou als bezitter van zonnepanelen gunstig, want je mag aan het eind van het jaar de energie die de zonnepanelen hebben opgewekt, aftrekken van de stroom die je hebt verbruikt. Dat heet salderen.

Energie terugleveren

De elektriciteit die zonnepanelen opwekken, lever je terug aan het stroomnet. Dat kun je zelf zien: heb je nog een traditionele energiemeter dan loopt je meter terug, op een slimme meter zie je dat je teruglevert. Op de jaarnota verrekent je energieleverancier de stroom van je zonnepanelen met de stroom die je hebt verbruikt. Bij dit salderen geldt dezelfde leveringsprijs die je betaalt aan je energieleverancier voor je stroom. Stel: je hebt zonnepanelen die 1.500 kWH opbrengen in een jaar waarin je 3.500 kWh aan stroom verbruikt. Op je jaarnota staat dan het verbruik van 2.000 kWh (3.500 – 1.500). Het salderen gebeurt niet automatisch. Wanneer je zonnepanelen hebt gekocht, moet je ze registreren op energieleveren.nl. Je energieleverancier of je netbeheerder controleren daarna of je energiemeter de energie van je zonnepanelen kan registreren. Vanaf 1 januari 2023 is het verplicht om, als je zonnepanelen hebt, een energiemeter in huis te hebben die je terugleveren aan het elektriciteitsnet registreert. Koop je een woning met zonnepanelen, vraag dan na of de zonnepanelen al zijn aangemeld.
Wat nu als je meer teruglevert dan je verbruikt? Dan krijg je een vergoeding voor iedere kWh die je extra opwekt. Overigens kun je beter niet meer zonnepanelen plaatsen dan de energie die je verwacht zelf te gebruiken. De vergoeding die je krijgt voor de extra opgewekte stroom is te laag om de kosten voor de extra zonnepanelen te compenseren. Het rendement op je zonnepanelen wordt dan lager.

Regeling blijft tot 2023

Misschien heb je al gehoord dat de salderingsregeling gaat verdwijnen. De regeling kost de overheid erg veel geld dankzij de grote populariteit van zonnepanelen. Het goede nieuws is dat de regeling tot 2023 nog blijft bestaan. Daarna wordt de regeling tot 2031 langzaam afgebouwd. Vanaf dan krijg je voor je zonnepanelen van je energieleverancier nog wel een vergoeding voor de stroom die je teruglevert. Ook als de salderingsregeling wordt afgeschaft, blijven zonnepanelen een goede investering. Bovendien krijg je op de aanschafprijs nog steeds de btw terug. Koop je in 2019 zonnepanelen? Vraag de btw vóór 1 juli 2020 terug. De prijs van zonnepanelen daalt bovendien nog steeds waardoor de terugverdientijd van een investering in zonnepanelen nog steeds korter wordt. Daarnaast zijn er andere interessante ontwikkelingen, zoals batterijen voor thuis om zonne-energie op te slaan of de mogelijkheid opgeslagen energie via de accu van een elektrische auto opnieuw te gebruiken. Wil je dus echt werk maken van een duurzame energievoorziening in je woning, dan is er genoeg om je in te verdiepen.

 

Salderingsregeling voor zonnepanelen verlengd tot 2023

Salderingsregeling voor zonnepanelen verlengd tot 2023, daarna stapsgewijze afbouw tot 2031

Minister Wiebes meldt dat de salderingsregeling voor zonnepanelen in zijn huidige vorm verlengd wordt tot 2023. Vanaf dat jaar wordt het salderen tot 2031 stapsgewijs afgebouwd.
Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat meldde de Tweede Kamer afgelopen januari nog dat de salderingsregeling gehandhaafd zou blijven tot ten minste 1 januari 2021. Op die datum zou een nieuwe regeling – de terugleversubsidie – van start moeten gaan. Afgelopen januari meldde de minister echter dat diverse partijen hem hadden gewezen op substantiële bezwaren tegen de invoering van de terugleversubsidie. Zo noemde Eneco de terugleversubsidie een administratieve draak en trok het energiebedrijf haar steun voor de terugleversubsidie in. Met de keuze van minister Wiebes om de salderingsregeling te handhaven, is de invoering van de terugleversubsidie definitief van de baan.

Stapsgewijze afbouw salderingsregeling

De stapsgewijze afbouw van de salderingsregeling zorgt ervoor dat zonnepaneeleigenaren vanaf 2023 de opgewekte zonnestroom die wordt teruggeleverd aan het elektriciteitsnet niet meer voor 100 procent mogen verrekenen met de aangekochte elektriciteit. Waar dit nu nog wel het geval is, wordt de vergoeding voor de teruggeleverde zonnestroom vanaf 2023 opgesplitst in een vergoeding voor de elektriciteit die betaald wordt door het energiebedrijf én anderzijds een vergoeding van de overheid voor de energiebelasting. De overheid zal vanaf 2023 een steeds kleiner deel van de energiebelasting terugbetalen aan zonnepaneeleigenaren. De afbouw van de salderingsregeling geldt dus uitsluitend voor elektriciteit die aan het elektriciteitsnet wordt teruggeleverd en dus niet op het directe eigen verbruik achter de meter.

Minister Wiebes schrijft in zijn brief aan de Tweede Kamer hierover het volgende: ‘Vanaf 1 januari 2023 wordt de salderingsregeling stapsgewijs afgebouwd, waarbij de hoogte van het fiscale voordeel geleidelijk afneemt tot nul in 2031. … De verwachte kostprijsdalingen van zonnepanelen richting 2030 maken investeren in zonnepanelen ook zonder subsidie via de salderingsregeling voldoende financieel aantrekkelijk. Op de lange termijn zullen naar huidige verwachting de inkomsten uit de vermeden inkoop van elektriciteit door het direct eigen verbruik en de terugleververgoeding van de leverancier voldoende zijn om zonnepanelen voor kleinverbruikers rendabel te laten zijn.’

Tom van der Lee: ‘Uitwerking met interesse bekijken’
GroenLinks-Kamerlid Tom van der Lee reageert positief op het besluit van de minister: ‘Ik heb tijdens debatten er meerdere malen op aangedrongen dat de salderingsregeling blijft voortbestaan, in ieder geval tot 2023. Het voortbestaan van de salderingsregeling zorgt voor zekerheid en dus meer zonnepanelen. De uitwerking van het plan zal ik met interesse bekijken.’
Belastingdienst krijgt belangrijke verantwoordelijkheid
Uit een eerste appreciatie van de Belastingdienst blijkt volgens minister Wiebes dat de afbouw van salderen waarschijnlijk uitvoerbaar is voor de Belastingdienst, mits alle kleinverbruikers beschikken over meters met een dubbel telwerk: één voor afname van elektriciteit van het elektriciteitsnet en één voor terugleveren op het elektriciteitsnet. ‘Voor het correct doen van aangifte voor de energiebelasting door energieleveranciers is het namelijk noodzakelijk dat zowel de levering als de teruglevering afzonderlijk bekend is bij de energieleverancier. Formele uitspraken over de uitvoerbaarheid door de Belastingdienst verlopen via een uitvoeringstoets. Dit traject vindt in beginsel plaats in de fase dat de wetgeving in concept gereed is en duurt 8 weken. De energieleveranciers hebben al aangegeven de afbouw van salderen goed te kunnen uitvoeren.’

De netbeheerders hebben daarnaast volgens de minister aangegeven dat het mogelijk is om voor 1 januari 2023 iedereen te voorzien van een geschikte meter. Op dat moment kan de afbouw van de salderingsregeling starten. Om te zorgen dat iedereen vanaf 2023 daadwerkelijk een geschikte meter heeft, wordt het vanaf 1 januari 2023 verplicht een meter met minimaal 2 aparte telwerken voor levering en teruglevering te hebben. Deze verplichting zal uiterlijk 1 januari 2021 in wetgeving worden opgenomen, zodat deze meters tijdig – uiterlijk 1 januari 2023 – uitgerold kunnen zijn. Wiebes hierover: ‘Alle kleinverbruikers die nog geen meter met minimaal 2 aparte telwerken voor levering en teruglevering hebben, krijgen deze vóór 2023 aangeboden door de netbeheerder. Door geen slimme meter te vereisen, maar mensen ook de gelegenheid te bieden om een meter die niet op afstand uitgelezen wordt te nemen, wordt tegemoet gekomen aan hen die zich zorgen maken over de privacy-aspecten van een slimme meter.’

Afbouwpad eind 2019 bekend

De komende maanden zal het kabinet de vormgeving van de salderingsregeling vanaf 2023 verder uitwerken. ‘Het exacte afbouwpad zal eind 2019 worden vastgesteld, zodat ook de laatste inzichten uit de Klimaat- en Energie Verkenning 2019 (KEV 2019) kunnen worden meegenomen’, aldus minister Wiebes. ‘Het uitgangspunt is dat het afbouwpad resulteert in hetzelfde totale budget tot en met 2030 ten opzichte van het beschikbare budget voor de oorspronkelijk beoogde subsidieregeling uit het regeerakkoord. Over de gehele periode tot en met 2030 blijft dus hetzelfde budget voor de stimulering van hernieuwbare elektriciteit bij kleinverbruikers beschikbaar. Dit is in totaal circa 2,6 miljard euro.’
Voor huishoudens die al zonnepanelen hebben of deze kabinetsperiode nog investeren in zonnepanelen, is de verwachting dat bij de geleidelijke afbouw van de salderingsregeling een gemiddelde terugverdientijd van circa 7 jaar gehandhaafd blijft. ‘Deze verwachting is gebaseerd op de huidige inzichten, onder andere ten aanzien van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs’, schrijft minister Wiebes in zijn Kamerbrief. ‘Voor investeringen in zonnepanelen die na deze kabinetsperiode worden gedaan, is de verwachting op basis van de huidige inzichten, dat de terugverdientijd iets kan oplopen boven de 7 jaar. Uit de evaluatie van de salderingsregeling uit 2016 is onder andere gebleken dat men bereid is te investeren in zonnepanelen als de terugverdientijd tussen circa 5 en 9 jaar is. Bovenstaande verwachting wordt geactualiseerd met de laatste inzichten uit de Klimaat- en Energie Verkenning 2019 (KEV 2019).’

Door Edwin van Gastel, Marco de Jonge Baas

Energierekening huishoudens omlaag, CO2-heffing voor bedrijven

De verhoging van de energiebelasting voor huishoudens die dit kabinet doorvoert, wordt vanaf 2020 weer teruggedraaid. Daarnaast wordt er een vorm van CO2-heffing voor bedrijven uitgewerkt. Die moet in april klaar zijn.
Dat hebben premier Mark Rutte en minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) woensdagmiddag laten weten in een reactie op de doorrekeningen van de klimaatplannen door het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Daaruit blijkt dat met het pakket aan maatregelen het doel van een CO2-reductie van 49 procent waarschijnlijk niet gehaald zal worden, het aandeel van de sector industrie achterblijft en huishoudens met een laag inkomen er het meest op achteruit gaan.

Daarom neemt het kabinet nu aanvullende maatregelen. Te beginnen met de energienota, die rust te veel op de schouders van de burgers, vindt Rutte. “We willen de belasting voor huishoudens verlagen en die voor bedrijven verhogen”, aldus de premier.
Opslag op energierekening wordt anders verdeeld
De opslag op de energierekening wordt anders verdeeld onder burgers en bedrijven. Uit die opslag worden subsidies betaald voor de opwekking van duurzame energie.
Nu is die belasting gelijk verdeeld, terwijl bedrijven veel meer energie verbruiken. De verhouding wordt daarom een derde voor huishoudens en twee derde voor bedrijven.
Rutte ontkent overigens niet dat de aangekondigde maatregelen te maken hebben met de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart. “De verkiezingen spelen een rol”, aldus de premier.
Eigen methode van industrie levert te weinig CO2-besparing op
Wiebes en Rutte moesten ook concluderen dat het boete-bonussysteem waarmee de industrie zelf op de proppen kwam, te weinig oplevert om het klimaatdoel te halen. “De CO2-tonnen worden niet gehaald”, aldus Wiebes.
Het PBL maakte eerder op woensdag gehakt van het boete-bonussysteem waarbij bedrijven zelf plannen mogen aandragen voor hoe zij CO2 willen besparen. Het is te vaag en te vrijblijvend, concludeerde het planbureau.
Wiebes herhaalde wat hij tot dusver altijd over een CO2-heffing heeft gezegd: bedrijven moeten het kunnen betalen en niet besluiten hun heil buiten Nederland te zoeken vanwege de lastenverzwaring.
De opbrengsten van die heffing worden gebruikt om de industrie te vergroenen.
Minder subsidie voor elektrische auto’s
Het kabinet kijkt verder naar de vergroening van het wagenpark. In de plannen van het ontwerpklimaatakkoord worden flinke subsidies uitgedeeld voor nieuwe elektrische auto’s. In het beste geval kon een autokoper 6.000 euro terugkrijgen van de overheid.
Deze “oversubsidiëring” wil het kabinet nu tegengaan, ook komt er meer aandacht voor tweedehands elektrische voertuigen. Deze maatregelen leveren geld op dat weer teruggesluisd kan worden naar bezitters van benzine- en dieselauto’s die hun belastingen juist zagen stijgen.
Tot slot wordt gekeken naar maatregelen om meer CO2 te besparen in de landbouwsector en worden de mogelijkheden van de opslag van broeikasgassen onder de grond (CCS in jargon) ingeperkt.
Klaver: ‘Onze politieke opponenten komen onze kant op’
Oppositiepartijen GroenLinks en PvdA pleitten al langer voor een verlaging van de energierekening en de invoering van een CO2-taks.

Jesse Klaver (GL) reageert opgetogen, omdat het kabinet en de coalitie zijn plannen nu wel lijken over te nemen. Dat zijn handtekening niet onder de plannen staat, maakt hem niet zo veel uit. “Ik zie dat onze politieke opponenten onze kant opkomen, dat is winst”, aldus Klaver.
D66-fractievoorzitter Rob Jetten, wiens partij wel regeert zegt in een reactie: “Politiek is de kunst van het mogelijke, niet van mooie praatjes. Niet lullen maar poetsen. Vandaag ziet de kiezer waar het om draait: daadkracht.”
GroenLinks-leider Klaver ziet de aangekondigde plannen als een uitgestoken hand van de coalitie. Hij verwacht dat de VVD, het CDA, D66 en de CU na de Provinciale Statenverkiezingen hun meerderheid in de senaat zullen verliezen.
Klaver werpt zich nadrukkelijk op als kandidaat om het klimaatbeleid in de senaat aan een meerderheid te helpen.

13 maart 2019 Nu.nl

Heeft het nog zin om een nieuwe cv-ketel te kopen?

Heeft het nog zin om een nieuwe cv-ketel te kopen?

We moeten van het gas af. Wil dat zeggen dat je geen traditionele cv-ketel meer moet aanschaffen als je aan een nieuwe toe bent? Volgens energiespecialist Sjaak Vogel ligt het net wat genuanceerder. Een cv-ketel is vaak nog de beste keuze bij bestaande woningen. Cv-ketels worden wel steeds zuiniger en je kunt zelf ook het nodige doen om minder gas te gebruiken.

Nederland moet in 2050 helemaal van het gas af zijn. Dat is een enorme uitdaging. Op dit moment verwarmen meer dan negen op de tien huishoudens nog op gas.
Een gemiddeld huishouden is voor zijn energiebehoefte voor  80 procent afhankelijk van gas, vooral voor verwarming.

Nieuwe wijken worden vaak al niet meer op het gas aangesloten, ze worden bijvoorbeeld van een warmtenet voorzien. Daardoor hebben veel nieuwe woningen al geen cv-ketel meer. De komende jaren zullen gemeenten met een warmteplan voor verdere verduurzaming komen.

Warmtepomp niet overal toepasbaar

Helemaal van het gas af, dat is wel mogelijk, maar vooral in nieuwbouw. Daar is het goed uit te voeren en is het ook financieel aantrekkelijk,” zegt Sjaak Vogel. “De behoefte aan warmte is in nieuwbouwwoningen veel kleiner. Dat komt doordat ze uitstekend geïsoleerd en goed geventileerd zijn. Met een warmtepomp kun je flink besparen, maar in oudere woningen vergt het een flinke investering.”

Zuinige HR-ketels

De cv-ketel is dan wel op zijn retour, maar wat moet je nu doen als je cv-ketel aan vervanging toe is? Een gemiddelde ketel gaat 12 tot 15 jaar mee. Een lange tijd gezien de veranderingen die eraan komen. De energietransitie zal zeker zo’n 20 jaar in beslag nemen. Mocht er in die tijd een andere energievoorziening komen, bijvoorbeeld een warmtenet, wil dat niet zeggen dat je direct moet overstappen. Je kunt instappen op het moment dat je cv-ketel het begeeft. Verwacht je dat je binnen de levensduur van je volgende cv-ketel van het gas af moet of kunt? Dan is (tijdelijke) huur van een cv-ketel ook een optie. Je zegt de huur dan op zodra je van het gas af wilt of moet.

Overigens zijn cv-ketels de laatste jaren nog een stuk zuiniger geworden. Hoogrendement-combiketels (HR) leveren nu ook rendement op het warmwater-deel, wat ze weer een stuk zuiniger maakt.  Als je nog geen HR-ketel hebt, kun je wel 30 procent besparen met een nieuwe ketel. Ook als je al een HR-ketel had en je schaft een nieuwe aan, is een besparing van 10 procent goed mogelijk.

Hybride warmtepomp

hybride warmtepomp
hybride warmtepomp

Je hoort de laatste tijd ook veel over de hybride warmtepomp. “Dit is een klein apparaat dat naast de cv-ketel wordt geplaatst en erop wordt aangesloten. Bij buitentemperaturen boven 5 graden kunnen ze de verwarming efficiënter laten plaatsvinden. De cv-ketel blijft dan in gebruik in koude periodes en voor warm water uit de kraan. Met zo’n hybride installatie kun je tussen de 50 en 70 procent besparen op gas voor verwarming. Kortom, dit is een van de meest aantrekkelijke opties voor bestaande bouw. Bovendien is er momenteel subsidie voor beschikbaar.”

Natuurlijke momenten

Het is vooral belangrijk dat je op natuurlijke momenten stappen maakt om duurzamer te worden en je woning toekomstklaar te maken. Dat kan ook door isolatie, een efficiënter ventilatiesysteem, duurzame opwek met zonnepanelen en/of een zonneboiler en de aanleg van vloer- of wandverwarming. “En natuurlijk is bewust omgaan met energie altijd goed. Bijvoorbeeld deuren en ramen niet onnodig open laten staan in het stookseizoen, korter douchen, koken met het deksel op de pan en spaar- of ledlampen gebruiken.”

Salderingsregeling in 2020 vervangen door terugleversubsidie

Minister Wiebes: salderingsregeling zonnepanelen vervangen door terugleversubsidie, terugverdientijd blijft 7 jaar!

Minister Wiebes heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd dat de salderingsregeling voor zonnepanelen vervangen wordt door een terugleversubsidie en de terugverdientijd blijft daarbij circa 7 jaar.

De terugleversubsidie is een vergoeding voor de stroom die aan het elektriciteitsnet is teruggeleverd. De opgewekte stroom zelf verbruiken blijft aantrekkelijk, omdat huishoudens en bedrijven hierover ook na 2020 geen energiebelasting en geen Opslag Duurzame Energie (ODE) betalen. In 2020 vervangt de regeling de huidige salderingsregeling, waarbij jaarlijks van tevoren een subsidieplafond wordt vastgesteld. Voor gebruikers van de salderingsregeling komt er een soepele overgang. Zou Wiebes de salderingsregeling niet vervangen, dan zou de terugverdientijd volgens de minister voor zonnepanelen in 2025 gedaald naar 4 jaar zijn gedaald en zou er daarmee overstimulering optreden.
Windenergie, postcoderoosregeling en grote gebouwen
De nieuwe regeling richt zich behalve op de stimulering van zonne-energie, ook op andere hernieuwbare energiebronnen zoals windenergie. Wiebes onderzoekt of ook grotere gebouwen – zoals scholen of kantoren – in de regeling kunnen worden opgenomen. Deze gebouwen verschillen in de omvang van hun opweksystemen, maar ook in hun energie-verbruikstarieven. De minister kijkt hoe de regeling deze groep goed kan bedienen zonder dat de regeling te ingewikkeld wordt. Verder onderzoekt hij of de Postcoderoosregeling voor ondersteuning van energiecoöperaties kan overgaan in een terugleversubsidie.

Details van regeling deze zomer bekend

Omdat de terugleversubsidie is bedoeld om opwekkers van duurzame energie optimaal te faciliteren, komt er 1 loket bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) waar huishoudens en bedrijven de terugleversubsidie kunnen aanvragen. Hoe de hoeveelheid teruggeleverde stroom gemeten wordt, en welke rol de slimme meter hierin heeft, wordt nog bekeken. De minister wil het voorstel voor de nieuwe terugleversubsidie deze zomer gereed hebben.
Uitgangspunten terugleversubsidie
In zijn kamerbrief heeft Wiebes in grote lijnen weergegeven hoe hij de terugleversubsidie wil vormgegeven:
De nieuwe subsidieregeling start in 2020 en zal jaarlijks worden opengesteld voor nieuwe aanvragen zolang de terugverdientijd voor zonnepanelen zonder stimulering nog ruim boven de 7 jaar ligt.
De subsidieregeling staat open voor burgers en bedrijven met een kleinverbruikersaansluiting die zelf geproduceerde hernieuwbare elektriciteit invoeden op het elektriciteitsnet. De regeling geldt dus ook voor andere hernieuwbare energiebronnen dan zonne-energie, bijvoorbeeld windenergie.
De terugleversubsidie geldt vanaf 2020 ook voor burgers en bedrijven die al geïnvesteerd hebben in zonnepanelen en nu gebruikmaken van de salderingsregeling. Voor deze groep kan een soepele overgang worden vormgegeven.
De terugleversubsidie geldt uitsluitend voor de op het elektriciteitsnet ingevoede hernieuwbare elektriciteit en dus niet op het directe eigen verbruik achter de aansluiting. Over de zelf opgewekte hernieuwbare elektriciteit die burgers en bedrijven zelf direct verbruiken of opslaan achter de aansluiting, betalen kleinverbruikers ook na 2020 geen energiebelasting en ODE.
Bij het vaststellen van de hoogte van de subsidie ga ik uit van een terugverdientijd van gemiddeld circa 7 jaar voor een representatieve referentiecasus en de meest kostenefficiënte zonnepanelen die op de markt verkrijgbaar zijn. Het kabinet stelt de hoogte van de subsidie vast na consultatie met de markt.
Jaarlijks wordt van tevoren een subsidieplafond vastgesteld en van dekking voorzien binnen de begroting van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat. Hierbij wil het kabinet de regeling kosteneffectief inrichten om overstimulering te voorkomen.
Uitgangspunt voor de uitvoering van de terugleversubsidie is om consumenten optimaal te faciliteren. Dat betekent dat er 1 loket komt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) waar kleinverbruikers een beschikking voor een terugleversubsidie kunnen aanvragen. De uitbetaling van de terugleversubsidie vindt plaats door de energieleveranciers via de energienota om de verrekening zo eenvoudig mogelijk te maken voor consumenten.

Wiebes: 6 gigawattpiek in 2030 via huishoudens

Wiebes schrijft in de kamerbrief te verwachten dat er naar verwachting in 2030 meer dan 6 gigawattpiek aan zonnepanelen bij huishoudens zal worden gerealiseerd. Dat betekent dat volgens de minister te zijner tijd zo’n 1,5 tot 2 miljoen huishoudens zelf elektriciteit opwekken met behulp van zonnepanelen.

3 redenen voor keuze van terugleversubsidie

Wiebes meldt dat er 3 overwegingen zijn waarom hij de voorkeur geeft aan een terugleversubsidie boven een investeringssubsidie:
De terugleversubsidie geeft de beste stimulans om te zorgen dat de zonnepanelen optimaal (blijven) produceren.
In tegenstelling tot een investeringssubsidie kan bij een terugleversubsidie een soepele overgang worden vormgegeven voor burgers en bedrijven die al geïnvesteerd hebben in zonnepanelen. De investeringskosten voor zonnepanelen waren in het verleden aanzienlijk hoger dan nu. Daardoor zijn sommige bestaande productie-installaties nog niet terugverdiend.
Uit gesprekken met partijen en 2 brede stakeholdersbijeenkomsten blijkt dat de terugleversubsidie het grootste draagvlak geniet bij de betrokken partijen waaronder de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE), Holland Solar, de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis onder andere omdat deze variant zorgt voor een geleidelijke overgang vanuit salderen en de vermeende nadelige effecten van een investeringssubsidie op de markt zoals stop-en-go-effecten beter kunnen worden voorkomen.
In de zomer zal minister Wiebus de Tweede Kamer infomeren over de nadere vormgeving van de terugleversubsidie en welke wetswijzigingen nodig zijn om de terugleversubsidie in 2020 in te voeren.

Dure regeling zonnepanelen gaat op de schop. Wat nu?

Zonne-energie Het kabinet wil de regeling die consumenten aan de zonnepanelen moet brengen, afschaffen. Tegenstanders zeggen dat de verdere groei van zonnestroom zo wordt geremd. Of is er een voordeliger alternatief? door Hester van Santen NRC.nl

Nederland kleurt glanzend zwart, zwart van zonnepanelen. Net voor nieuwjaar kwamen de nieuwste, optimistische cijfers binnen over zonnepanelen. In 2017 produceerden ze 40 procent meer stroom dan het jaar ervoor. Dat was meer dan was voorspeld.

Bijna een half miljoen huishoudens heeft al panelen op het dak, volgens een grove schatting, en dat is niet louter uit milieubewustzijn. Zonnepanelen brengen geld op. Door de dalende kosten van de panelen en de subsidie op de opgewekte stroom, verdienen kopers hun investering inmiddels in zes of zeven jaar terug. „Het blijft niet meer beperkt tot de groene voorhoede”, zegt directeur Marjan Minnesma van klimaatorganisatie Urgenda, „de middenmoot van de samenleving is inmiddels met zonnepanelen begonnen.”

Het is precies wat het kabinet wil – méér duurzame energie. De potentie van zonne-energie is groot. Op daken in dorpen en steden kan een kwart tot de helft van alle elektriciteit opgewekt worden die in Nederland nodig is, schatten onderzoekers. Op scholen, ziekenhuizen, kantoren, maar vooral: op woningen. De helft van álle stroom, zonder dat er plek voor vrijgemaakt moet worden.

Toch remt datzelfde kabinet nu de verdere uitbreiding van zonne-energie. De populaire ‘salderingsregeling’, waarmee de overheid de zonnestroom die huishoudens opwekken subsidieert, verdwijnt. En niet in 2023, zoals de vorige minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD) in de zomer nog aankondigde, maar al in 2020. Er komt een nieuwe regeling, beloofde Kamps opvolger minister Eric Wiebes (Economische Zaken & Klimaat, VVD) de Tweede Kamer, die de overheid minder geld kost maar „net zo aantrekkelijk” is. Die geeft „bestaande gevallen” nog altijd een terugverdientijd van zeven jaar, zei hij.

Zonne-ondernemers, de installatiebranche en milieu-activisten vinden het een slecht idee. Twintig organisaties stuurden het kabinet in december een ‘open brief’. Zij denken dat het kabinetsplan burgers de lust ontneemt om nog te investeren in zonnepanelen op eigen dak. „Hun vertrouwen wordt nu beschaamd”, zegt directeur Marjan Minnesma van de stichting Urgenda, een van de ondertekenaars van de brief.

Maar niet de hele duurzame beweging keert zich tegen het afschaffen van de salderingsregeling. „Als je de huidige regeling handhaaft, wordt het uiteindelijk zo duur, dat is niet houdbaar”, zegt Marc Londo van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE). Samen met branchevereniging Holland Solar bedacht het een goedkoper alternatief voor het salderen.

Uiteindelijk willen al die organisaties hetzelfde: panelen op élk dak, van goot tot schoorsteen. En dat terwijl het ook nog betaalbaar blijft – voor burgers én voor de overheid. Maar nu zonne-energie serieus is geworden, blijkt: die – drie – doelen kunnen we niet allemaal tegelijk verwezenlijken.

Panelen op elk huis
De zonnepanelenhausse begon in 2011. De aanschafprijs van panelen daalde flink, de terugverdientijd zakte onder de tien jaar, en particulieren gingen massaal aan de zonne-energie. In zeven jaar steeg de productie van zonne-energie van bijna niks naar ruim 2 miljard kilowattuur.

Toch is dat nog geen 2 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik – minder dan wat één centrale opwekt. Er kan nog veel meer bij. Hoe? Op eigen dak, om te beginnen.

Maar de suggestie dat het salderen in 2020 verdwijnt „zorgt voor stagnatie in de verkoop van zonnepanelen”, schreven de twintig organisaties die protesteerden tegen de afschaffing. „Ik weet niet meer wat ik de klanten moet adviseren”, zegt directeur Marcel Kiekebos van Kiekebos Installatietechniek in Assen.

Energie-instituut ECN voorziet dat door het versoberen van de salderingsregeling het aantal particulieren dat voor zonnepanelen kiest met 20 procent zal dalen. Tot 2030 zullen zo’n 400.000 huishoudens de boot afhouden vanwege de kosten, of koudwatervrees.

Van alle klimaatplannen uit het regeerakkoord is het versoberen van de salderingsregeling het enige waardoor de CO2-uitstoot juist toeneemt.

Het moet betaalbaar blijven
Een Nederlandse particulier mag elke kilowattuur die zijn zonnepanelen opwekken, wegstrepen op de jaarlijkse elektriciteitsrekening. Zo werkt de salderingsregeling. Een kilowattuur stroom kost voor een huishouden ongeveer 20 cent. 14 cent daarvan is belasting. Salderen is daarmee in feite een belastingkorting voor panelenbezitters. De regeling stamt uit 2004, lang voordat de aanschaf van zonnepanelen een serieuze ontwikkeling werd.

Volgens minister Wiebes is de salderingsregeling inmiddels te duur. De overheid gaf er in 2015 zo’n 80 miljoen euro aan uit. Als de subsidies gelijk opgaan met de groei van zonne-energie is het inmiddels al bijna het dubbele (zeg 150 miljoen euro) en dat wordt almaar meer.

Dat is maar een klein deel van de miljardensubsidies voor groene energie. Maar voor wat het aan CO2-besparing oplevert is het veel, schreef adviesbureau PwC eind 2016 in een evaluatie. Salderen hielp de zonnebranche op weg, en meer burgers zijn erdoor met duurzame energie bezig, concludeerde PwC. Maar salderen is wel een „relatief dure regeling”, vergeleken met bijvoorbeeld het subsidiëren van windparken. „Het heeft een tijdje gewerkt maar het loopt nu tegen zijn eigen grenzen aan”, zei Wiebes.

De minister komt komende zomer met een alternatief, kondigde hij aan.

Eén optie is een premie op de aanschaf van zonnepanelen. „Maar het ministerie heeft volgens mij een lichte voorkeur voor een ‘terugleversubsidie’”, zegt Marc Londo van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE). Bij een terugleversubsidie krijgt de burger een vast bedrag per kilowattuur die hij aan het net levert – bijvoorbeeld 12 cent.

Als de kosten van panelen in de toekomst dalen, kan de subsidie worden teruggeschroefd zodat de terugverdientijd op, zeg, zeven jaar blijft. Wiebes zei immers dat de regeling „even aantrekkelijk” moest blijven.

De alternatieve regelingen leveren de overheid een besparing op van 60 procent, berekende energie-instituut ECN – bijna 5 miljard euro tot 2030.

Álle daken moeten vol
Bedek uw dak niet helemaal met zonnepanelen! Dat is het advies van de Consumentenbond. De reden: de huidige salderingsregeling. Wie aan het eind van het jaar meer stroom heeft opgewekt dan hij zelf gebruikt, krijgt over die extra stroom geen subsidie. Er valt immers niks meer weg te strepen op de energierekening. Voor de overproductie krijgt de particulier alleen een „redelijke vergoeding”, gemiddeld zo’n 6 cent per kWh. De verschillen tussen leveranciers zijn groot, maar hoe dan ook zijn de extra panelen veel minder rendabel. Dus niemand legt zijn dak vol.

De terugleversubsidie en de panelenpremie kennen dat bezwaar niet, en daarmee komt het derde doel dichterbij. Maar álle daken vol leggen met panelen – inclusief flats, huurhuizen, scholen, kantoren – dat wordt de grote klus van de komende twaalf jaar. Hoe dat moet, is de grote vraag. „Zorg dat je als burger overal stroom kan opwekken”, oppert directeur Lars Falch van energieleverancier Powerpeers. „Dan kunnen je panelen overal in Nederland liggen, ook als je bij de 70 procent hoort die geen geschikt dak heeft. Je legt je panelen op het dak van een flat, of bij een boer op een stal.” Zijn bedrijf ontwikkelde software waarmee de opbrengst aan individuele huishoudens toegeschreven zou kunnen worden, net als op eigen dak.

„Charmant plan”, reageert directeur Frans Rooijers van onderzoeksbureau CE Delft. „Daarmee vergroot je burgerparticipatie.” Alleen, zegt Rooijers: „Ik denk dat het voor de overheid duurder is dan een andere subsidievorm.” Er bestaan al twee subsidieregelingen. Grootverbruikers, en landeigenaren die een zonnepark willen beginnen, kunnen gebruikmaken van de subsidie voor duurzame energie SDE+. Voor de overheid is dat een voordeligere regeling dan salderen. Daarnaast is er nog de ‘postcoderoosregeling’, waarmee burgers gezamenlijk kunnen investeren in panelen op een dak bij hen in de buurt.

Iedereen moet grond inleveren voor zonnepanelen om klimaatdoelen te halen, vindt Henk Bleker, oud-staatssecretaris voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Oók de boeren. Lees ook: Bouw zonneparken ook op landbouwgrond
Of die regelingen optimaal werken, is niet goed bekend. Er loopt nu een onderzoek bij ECN. Marc Londo: „We weten nog niet goed wat de grootste knelpunten zijn voor een school of kantoor om te beginnen met zonnepanelen.” Via de postcoderoosregeling kunnen ouders nu al investeren in panelen op de school van hun kinderen, alsof het hun eigen panelen zijn. Toch gebeurt dat nog zelden. „Een school is vooral bezig met lesgeven.”

Btw-teruggaveregeling zonnepanelen blijft voorlopig onveranderd

Btw-teruggaveregeling zonnepanelen blijft voorlopig onveranderd

De Centrale BTW Teruggave en Holland Solar melden dat de btw-teruggaveregeling voor zonnepanelen voorlopig onveranderd blijft.

‘Er is op het internet een gerucht geweest dat het einde van de btw-teruggaaf voor zonnepanelen in zicht is door een mogelijke aanpassing van de kleine ondernemersregeling’, vertelt Romano Hagen van De Centrale BTW Teruggave. ‘Naar aanleiding van het gerucht zijn veel vragen gekomen.’

Binnen Europa geldt de zogenoemde btw-richtlijn. Deze richtlijn is bedoeld voor harmonisatie van de btw-wetgeving van de afzonderlijke lidstaten. In de richtlijn is ook een kleine ondernemersregeling opgenomen die afwijkt van de Nederlandse btw-regeling. Volgens de richtlijn kan een kleine ondernemer van btw worden vrijgesteld wanneer de omzet onder een bepaalde drempel blijft. Er mag dan door de kleine ondernemer geen btw in rekening gebracht worden en de btw op de kosten kan niet teruggevraagd worden. Nederland heeft een afwijkende regeling, dat was onderhandeld bij de invoering van de Richtlijn. De Nederlandse kleine ondernemersregeling heeft sinds 1979 thans een ‘stand still’ status. Dat betekent dat de regeling niet kan worden gewijzigd. Als de regeling wel zou worden gewijzigd zal de gewijzigde regeling aan Europese Richtlijn dienen te voldoen.

Hagen hierover: ‘Er spelen al jaren gedachten om de Nederlandse kleine ondernemersregeling aan te passen aan de Europese richtlijn. Deze gedachten spelen al vóórdat de btw-teruggave bij zonnepanelen mogelijk geacht werd. Zo is in 2013 al op verzoek onderzoek gedaan door MKB-Nederland naar de effecten van een eventuele aanpassing. Zij heeft toen diverse bezwaren geuit tegen invoering van een andere kleine ondernemersregeling. Gebleken is dat de indertijd voorgestelde aanpassing van de Nederlandse kleine ondernemersregeling “niet als een positieve ontwikkeling voor kleine ondernemers” werd gezien.’

Holland Solar heeft samen met De Centrale BTW Teruggave eind oktober een gesprek gehad met het Ministerie van Financiën. Uit het overleg blijkt dat er thans geen plannen of signalen zijn om de kleine ondernemersregeling aan te passen. ‘De regeling is niet zomaar veranderd: het vraagt een wettelijke verandering. Dit heeft een lange doorlooptijd en er zijn momenteel geen plannen in Den Haag om een wetsverandering te starten’, aldus Hagen. ‘Volgens ons is dat goed nieuws voor de installateur. Het aanpassen van de Nederlandse kleine ondernemersregeling zou voor particulieren namelijk leiden tot een prijsverhoging van zonnepanelen van ongeveer 20 procent. De komende jaren kunnen de installateur en haar klanten blijven rekenen op de teruggave van de btw via de kleine ondernemersregeling.’

ABN Amro: stroomrekening gaat stijgen

AMSTERDAM – De consument zal zijn stroomrekening de komende jaren gestaag zien oplopen, blijkt uit een nieuw rapport naar de stroommarkt van ABN Amro. De energietransitie leidt niet alleen tot hogere kosten voor het netbeheer en andere duurzama maatregelen die via de energierekening betaald worden, ook de kale prijs van energie loopt de komende jaren waarschijnlijk op.

Hoewel de toename van duurzame stroomopwekking zorgt voor nieuw aanbod, denkt sectoreconoom Hans van Cleef ziet de komende jaren de prijs oplopen, omdat ook de vraag naar elektriciteit zal toenemen. Maatregelen om co2 terug te dringen zorgen ervoor dat huishoudens en industrie gas zullen inruilen voor stroom, voorziet hij.

Honderden euro’s per jaar

Voor de huishoudens komen daar op de energierekening extra lasten bij vanwege de maatregelen die nodig zijn om het energiesysteem aan te passen. Zo zal de Opslag Duurzame Energie waar het gemiddelde huishoudens nu nog enkele tientjes, in 2023 een paar honderd euro per jaar kosten.

Van Cleef ziet in het regeerakkoord een ’stevige aanzet om de energietransitie na 2023 verder door te zetten’. Dat zal echter wel het nodige kosten. „Maar hierbij moet wel rekening gehouden worden met het verdelen van de lasten. Een intense samenwerking met de omringende landen is hierbij cruciaal om de concurrentiepositie niet negatief te beïnvloeden, en om energiearmoede onder de huishoudens te voorkomen”, zegt hij.

57 procent Nederlanders schat prijs zonnepanelen te hoog in

57 procent van de Nederlanders denkt dat zonnepanelen duurder zijn dan daadwerkelijk het geval is. Vrouwen schatten zonnepanelen vaker duurder in dan mannen. Ook de terugverdientijd van zonnepanelen wordt vaak overschat.
43 procent van de Nederlanders denkt dat deze langer dan 10 jaar is. Dit alles blijkt uit onderzoek in opdracht van Stichting HIER klimaatbureau onder 1.062 respondenten. Bregtje Bos van het HIER klimaatbureau: ‘De aanschafprijs van zonnepanelen is voor veel mensen een drempel, maar die is lager dan veel Nederlanders denken.’
10 zonnepanelen kosten volgens het HIER klimaatbureau gemiddeld 4.600 euro inclusief installatie. Maar liefst 57 procent van de Nederlanders denkt echter dat de prijs hoger is dan 5.000 euro, waarvan bijna de helft zelfs meer dan 7.500 euro denkt. Vrouwen schatten de kosten van zonnepanelen vaker te hoog in dan mannen; 29 procent van de vrouwen denkt dat 10 zonnepanelen duurder zijn dan 7.500 euro tegenover 22 procent van de mannen.
Aan de andere kant schat 7 procent van de Nederlanders de prijs van zonnepanelen juist te laag in, namelijk lager dan 2.500 euro. Vooral mannen zijn optimistisch over de prijs, 11 procent van de mannen denkt dat 10 zonnepanelen goedkoper zijn dan 2.500 euro tegenover 3 procent van de vrouwen.
De terugverdientijd van zonnepanelen is volgens het HIER klimaatbureau gemiddeld 8 tot 10 jaar, maar 43 procent van de Nederlanders denkt dat deze langer is dan 11 jaar en ruim eenderde daarvan denkt zelfs langer dan 15 jaar. Ook hier zijn mannen iets optimistischer over dan vrouwen. Van de respondenten schat 8 procent de terugverdientijd te laag in, namelijk korter dan 5 jaar.

Bron: Hier Klimaatbureau

Lek in omvormers zonnepanelen te misbruiken bij aanval op stroomvoorziening

Lek in omvormers zonnepanelen te misbruiken bij aanval op stroomvoorziening

Vele duizenden omvormers van zonnepanelen bevatten kwetsbaarheden die te misbruiken zijn om de panelen op afstand uit te schakelen. Dat beweert een beveiligingsonderzoeker. Het ministerie van Economische Zaken onderzoekt de claims.

Onderzoeker Willem Westerhof van het Haarlemse beveiligingsbedrijf ITsec onderzocht omvormers van marktleider SMA en ontdekte een reeks beveiligingsproblemen. Onder andere wijst hij tegenover De Volkskrant op het risico van het gebruik van standaard wachtwoorden.

In een document van SMA staat dat het wachtwoord voor ‘gebruikers’ standaard op ‘0000’ staat en voor ‘installateurs’ is dat ‘1111’. Gebruikers kunnen informatie uitlezen en basisinstellingen aanpassen, installateurs kunnen ook installatieparameters wijzigen. Volgens Westerhof wordt de gebruiker niet gevraagd zijn wachtwoord aan te passen. In het installatiedocument staan wel aanbevelingen over het wijzigen van wachtwoorden.

Volgens Westerhof kunnen kwaadwillenden hoe dan een bruteforce-aanval uitvoeren om achter het wachtwoord te komen; de omvormers zouden hier niet tegen beschermd zijn. Verder spreekt hij over een ‘superwachtwoord’ waarmee toegang tot elk apparaat verkregen zou kunnen worden. Mogelijk doelt hij op de SMA Grid Guard-code die toegang geeft tot het verdeelstation in de omvormer en die elektriciens op verzoek kunnen ontvangen.

Volgens de onderzoeker is het mogelijk malware te installeren en zo in een klap grote hoeveelheden omvormers uit te schakelen. Dit zou in theorie een grote impact op de stabiliteit van het elektriciteitsnetwerk kunnen hebben. Hij heeft de kwetsbaarheden eind vorig jaar met SMA besproken, maar die zouden sindsdien nauwelijks iets gedaan hebben.

Het ministerie van Economische Zaken is in overleg met Tennet en het Nationaal Cyber Security Centrum over de bevindingen. Het ministerie stelt ‘maatregelen te nemen als blijkt dat dit noodzakelijk is’. SMA spreekt van ‘enkele zeer geïsoleerde producten’ en het uitvoeren van ‘technische correcties’. Het bedrijf heeft de kwetsbaarheden gemeld bij de Common Vulnerabilities and Exposures Authority, die deze vrijdag publiceert.