De Nederlandse zonnepanelenmarkt groeit nu al vijf jaar stevig door. Voor 80 procent is deze groei gebaseerd op het ‘salderen’.
(Column | Peter Desmet | Solarclarity)
Al in 2013 gaf Minister Kamp aan deze regeling in 2017 te willen evalueren om hem in 2020, indien nodig, aan te kunnen passen middels een “nette overgangsregeling”. Begin Oktober echter gaf Minister Kamp aan het salderen nog dit jaar te willen evalueren. Hij kreeg bijval van Netbeheer Nederland voor een aanpassing van deze wetgeving. Het argument dat ze beiden aanvoeren om het salderen ter discussie te stellen is, hoe kan het ook anders: de kosten.
Echter, niemand weet hoeveel salderen de overheid exact kost. Het wordt immers niet gemeten. Welingelichte schattingen over de gederfde Energie Belasting blijven onder de 50 miljoen Euro steken. Netbeheer Nederland voegt daaraan toe dat zij kosten moeten maken om het net geschikt te houden voor al die terug geleverde stroom. Ze hebben vast een punt, maar specifiëren niet hoeveel die kosten zijn. Bovendien brengen ze een punt aan waar ik me al tijden aan stoor omdat ik het niet alleen bij Netbeheer Nederland maar nog steeds van links tot rechts in de politiek tegenkom: de claim dat mensen zonder zonnepanelen de kosten zouden moeten opbrengen voor mensen met zonnepanelen.
Het is waar dat Salderen energiebelastingderving tot gevolg heeft en het veranderende gedrag van mensen met een elektriciteitsaansluiting – iedereen dus – kosten met zich mee zal brengen. Het is echter niet juist dat daar alleen een bevoorrechte groep baat van zou hebben. Salderen is mogelijk voor werkelijk alle kleinverbruikers: mensen met een eigen huis; bewoners van een huurwoning; mensen met een eigen dak voor zonnepanelen; mensen zonder eigen dak voor zonnepanelen (via de zogeheten ‘postcoderoosregeling’, een variant op salderen); privé personen; scholen; sportclubs; ZZP’ers en MKB ondernemers. Laten we zeggen: voor iedereen. Behalve voor grote bedrijven, de grootverbruikers.
En dat is waar voor mij het schoentje het meest knelt. Salderen kost de overheid zo’n kleine 50 miljoen Euro per jaar. Veel geld daar niet van, maar vergeleken met de miljarden die via de SDE+-regeling naar grote bedrijven gaan, past het in mijn spreekwoordelijke holle kies.
De Nederlandse overheid geeft sinds 2012 via de SDE+-subsidie miljarden uit aan hernieuwbare energiebronnen bij grootverbruikers. Deze wordt gefinancierd door de Opslag Duurzame Energie die voornamelijk bij kleinverbruikers wordt geheven en deze miljarden staan niet ter discussie. U en ik brengen zo de 3,8 miljard Euro op die bijvoorbeeld de grote elektriciteitsbedrijven via biomassa in hun elektriciteitscentrales mogen opbranden. Geen enkel bezwaar tegen deze meest letterlijke vorm van geldverbranding, maar 50 miljoen euro voor zonnepaneeltjes bij u en mij: o jee! U en ik brengen zo de 2,3 miljard euro op die naar het Deense DONG Energy vloeien voor het windmolenpark voor de kust van Zeeland. Geen enkel bezwaar dat dit door de Nederlandse belastingbetaler bijeengebrachte geld zo naar een buitenlandse bedrijf vloeit, maar 50 miljoen voor zonnepaneeltjes bij u en mij: o jee!
Salderen is op dit moment de enige manier waarop een Nederlandse burger laagdrempelig en met een financieel voordeel kan meedoen aan de energietransitie. Haalt Kamp dit voordeel weg, dan wordt het inderdaad zo dat het financiële voordeel van duurzame energie uitsluitend bij een bevoorrechte groep terecht komt: grote, vaak buitenlandse bedrijven. De kosten daarentegen belanden geheel bij u en ik, de burgers, de kleinverbruikers.
Saldering is dan ook geen kostenpost. Het is een verzekering voor draagvlak onder de bevolking voor de energietransitie. Het is geld dat van burgers direct wordt herverdeeld onder burgers, scholen, sportkantines, het lokale MKB, enzovoorts. Het is een smeermiddel voor het grote veranderingsproject dat de energietransitie is. Waarin nieuwe duurzame energie niet alleen een Deens windmolenpark voor onze kust is, of Canadese bossen die in onze elektriciteitscentrales worden opgefikt, maar iets dat we allemaal doen. Waarin niet alleen miljarden naar grote buitenlandse bedrijven gaan, maar ook 50 miljoen naar de Nederlandse burger.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *